Geschiedenis van het onderwijs in Harreveld

Waar begin je te vertellen over de geschiedenis van een school?
Bij de mensen die er werken? Bij het onderwijs dat er gegeven wordt? Of bij het gebouw waarin dat onderwijs plaats vindt? In mijn optiek zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder gebouw wordt het moeilijk onderwijs te geven; het onderwijs dat gegeven wordt, staat of valt met de mensen die er werken en die dat onderwijs vorm geven. Het een kan niet zonder het ander: gebouw, onderwijsvorm en zij die het onderwijs geven, bepalen in een wisselwerking met elkaar het onderwijs op een school.

Als je de geschiedenis van de school door de jaren heen bekijkt, zoals beschreven in het boekje “Een nostalgische gevel en het verhaal erachter”, uitgegeven in juni 1997 ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de school, zie je deze wisselwerking duidelijk terug.

Tot het begin van de negentiende eeuw werd er eigenlijk vooral door paters en pastoors onderwijs gegeven aan de heerboeren. Overigens alleen in de wintermaanden, in de zomer was men te druk op het land! Van een schoolgebouw was nog geen sprake.

Rond 1800 wordt er onderwijs gegeven in Harreveld in een klein schooltje nabij een boerderij aan de Rector Hulshofstraat, ter hoogte van de beek. Waarschijnlijk was hier nog geen sprake van een door de overheid erkende school. De eerste onderwijzers waren opgeleid door paters of pastoors en waren naast onderwijzer, ook landbouwer, slachter of timmerman. Lezen, schrijven en cijferen vormde de inhoud van het onderwijs.

In de tweede helft van de negentiende eeuw wordt in het buurdorp Zieuwent een openbare lagere school gebouwd. Veel Harreveldse kinderen maken de gang naar Zieuwent om daar naar school te gaan. In 1888 zijn dat er ruim 60, aanleiding voor enkele Harreveldse ingezetenen om bij de gemeente een verzoek in te dienen om in Harreveld zelf een openbare lagere school te mogen starten. Dit verzoek werd in eerste instantie nog afgewezen, o.a. omdat Harreveld niet eens een eigen pastoor had! Een jaar later echter wordt door de raad toch besloten een openbare lagere school met onderwijswoning te gaan bouwen in Harreveld.

Op 30 januari 1890 wordt de school geopend, in het begin met één leerkracht, later dat jaar als tweemansschool. Hoofd der school was dhr. G. v.d. Berk uit Wamel. Als onderwijzer werd verder dhr. A.A. Stottelaar aangesteld. Deze in Zieuwent overbodig geworden leerkracht, kende de Harreveldse kinderen natuurlijk al goed.

Er werd onderwijs gegeven in Nederlandse Taal, rekenen, kennis der natuur. Daarnaast kregen de jongens les in tekenen, de meisjes in nuttige handwerken.

Na het overlijden van dhr. G. v.d. Berk in 1912, wordt dhr. W.CH.L. Nijs uit Angeren benoemd tot hoofd der school. Hij blijft dit tot zijn pensioen op 31 december 1953.

In 1913 telt de school 99 leerlingen. Toch wordt pas in mei 1914 een derde leerkracht aangesteld. Het schoolgebouw wordt intussen te klein. In 1920 wordt het verzoek om twee lokalen te mogen bijbouwen door het ministerie in Den Haag afgewezen.

In 1921 stelt het RK Kerkbestuur in Harreveld, met goedkeuring van de aartsbisschop, enige percelen grond beschikbaar om daarop een nieuwe school te bouwen. Als ook de gemeenteraad toestemming geeft, kan met de nieuwbouw worden begonnen.

In augustus 1922 wordt het nieuwe gebouw aan de huidige Kerkstraat betrokken. Het is een school geworden met 4 leslokalen. Naast de school staat de onderwijzerswoning, waar het hoofd der school, dhr. Nijs, zijn intrek neemt. Het is dan nog steeds een openbare lagere school.

Als in 1930 het RK Kerkbestuur aan de gemeenteraad kenbaar maakt dat zij voornemens is een RK school te stichten, wordt overeengekomen de bestaande openbare school daartoe beschikbaar te stellen. Op 1 september 1930 wordt het personeel van de opgeheven openbare lagere school ontslagen en direct door het RK Kerkbestuur herbenoemd aan de Canisiusschool.

De eerste werknemers aan deze RK Canisiusschool waren dhr. W.CH.L. Nijs (hoofd der school), dhr. J.H.Th. Aalbers, mevr. H. Th. Huinink, mevr. H.P.M. Jacobs.

In 1931 kwam daar dhr. J.H. Kamphuis bij, welke in 1954 dhr. Nijs als hoofd der school opvolgde. Hij bleef tot zijn pensioen in 1974 verbonden aan de school. Vele Harrevelders zullen zich hem ongetwijfeld herinneren.

In de laatste oorlogsjaren vond het onderwijs in Harreveld plaats in de horeca-gelegenheden van café Hogenkamp en zaal Wieggers. De school was toen gevorderd door de bezetter t.b.v. inkwartiering van Duitse militairen. Begin 1945 deed het gebouw dienst als sanatorium voor meisjes uit Gennip. Er verschenen toen grote Rode Kruis-tekens op het dak van de school.

Het na-oorlogse onderwijs kabbelde, zoals overal in ons land, weer min of meer rustig voort. In 1946 telde de school 190 leerlingen. Er waren 5 leerkrachten verbonden aan de school. Klas 5, of groep 7 zoals we tegenwoordig zouden zeggen, bestond toen zelfs uit 49 kinderen. Er werd lesgegeven in taal, rekenen, lezen, kennis der natuur, aardrijkskunde, geschiedenis.

Belangrijk in die tijd was uiteraard ook de catechismus, die moest iedere katholiek toch beslist foutloos op kunnen dreunen; geloofskennis was zeer belangrijk en als je alle regels kende... was je vast en zeker ook een goed katholiek! Tekenen was nog steeds voorbestemd voor de jongens en de meisjes moesten nog steeds de nuttige handwerken leren.

Eind veertiger jaren kwam schoorvoetend het verkeersonderwijs op gang, dat later zou uitmonden in volwaardig verkeersonderwijs met een heus theoretisch en praktisch examen; eerst in samenwerking met de politie, tegenwoordig meer met de plaatselijke vrijwilligers van Veilig Verkeer Nederland.

De school werd te klein en groeide uit zijn jasje. In 1949 werd daarom begonnen met de bouw van een vijfde lokaal. Deze uitbreiding vond plaats aan de achterzijde van het gebouw, aan de kant van de kerk en kwam gereed in 1950.

Eind veertiger / begin vijftiger jaren deed het audiovisuele onderwijs zijn intrede op onze school: in het kader van de “ Marshallhulp” die de Verenigde Staten het door de Tweede Wereldoorlog verarmde Europa bood, kreeg de school de beschikking over een projector en een aantal filmstroken om het onderwijs te verlevendigen en te actualiseren. In het trapportaal boven de hoofdingang kun je die allereerste projector nog als nostalgisch kleinood tentoongesteld zien.

In de vijftiger jaren verschenen de eerste randdiensten rondom de school. De school-tandartsdienst deed als eerste zijn intrede, later gevolgd door schoolarts, logopedie en schoolmelkvoorziening. Deze randdiensten hadden nog weinig met de inhoud van het onderwijs zelf te maken en hoewel ze lange tijd hun rol vervuld hebben, gaat het zoals met vele dingen in het leven... het bloeit op... kent een succesperiode... verliest zijn glans... en suddert verder op een zacht pitje of gaat zelfs helemaal verloren.

Harreveld groeide en ook de school ondervond dat aan den lijve. Het gebouw was wederom te klein. Op 1 september 1955 startte de school voor het eerst met zes leerkrachten. Vijf groepen kregen les binnen het bestaande gebouw. Eén groep kreeg les in een houten noodlokaal op het schoolplein. Toen in 1962 de aanbouw van het zesde lokaal gereed was, werd de houten barak verplaatst naar de Looweg ten behoeve van het kleuteronderwijs.

De barak werd omgedoopt tot "De Bijenkorf" en de Harreveldse kleuters kregen hier les, totdat hun stenen schoolgebouw aan de Looweg in 1965 gereed was.

Ook daarna deed dit noodgebouw nog dienst; eerst als tweede kleuterlokaal, maar in het schooljaar 1967/1968 ging het weer richting speelplaats Canisiusschool om daar dienst te doen als noodzakelijk geworden zevende lokaal.

Als tweede kleuterlokaal werd toen het (grotere) houten jeugdgebouw van de kerk gebruikt, totdat in 1965 ook bij de kleuterschool uitbreiding van het stenen schoolgebouw "De Paddestoel" met een tweede lokaal een feit was.

In de zestiger jaren wordt veel gepraat over onderwijsvernieuwing, al vinden sommigen dat eerder onderwijsvernieling. Het onderwijs in de katechismus was misschien wel één der eerste slachtoffers. Geloofskennis werd minder belangrijk geacht dan geloofsbeleving, waarop nu veel meer het accent kwam te liggen. Hier op school deed de toen bekende methode “Met brandend hart” zijn intrede.

Aan het eind van de jaren zestig werd de noodzaak tot uitbreiding van de school met een zevende lokaal als vervanging van het houten noodlokaal op de speelplaats steeds nijpender. En hoewel de gemeente wel wilde meewerken, liet het Ministerie lang op zich wachten.

In die zestiger jaren werd ook aan onderwijsvernieuwing steeds meer gewicht toegekend. In onze streek mondde dat uit in de oprichting in Winterswijk van de “School Advies Dienst Oost Gelderland” , kortweg “Sadog” genoemd, welke al snel verhuisde naar Doetinchem.

Toen deze dienst in 1972 met een plan kwam om scholen, die dat wensten, deskundige hulp te bieden bij het vernieuwen van hun onderwijs, besloot de Canisiusschool samen met 36 ander scholen deel te nemen aan dit plan. Deze vernieuwingsoperatie kreeg grote bekendheid onder de naam “Het 37-scholenplan”.

Door de leerkrachten werden vele cursussen bezocht en onder invloed van dit plan werd gewerkt aan vernieuwing van het aanvankelijk leesonderwijs, vernieuwing van het technisch leesonderwijs met behulp van groepstechnisch lezen en andere moderne leesvormen en invoering van het vak wereldverkenning, waaraan ook de inrichting van een documentatiecentrum gekoppeld werd. Vele avonden werden op school doorgebracht met het werken aan al het documentatiemateriaal.

In 1972 kwam het fiat van het Ministerie voor de bouw van het zo vurig gewenste zevende lokaal af. Onder invloed van de onderwijsvernieuwingen werd dit een zogeheten speelleerklas ten behoeve van zesjarigen. De bouw was in december 1973 voltooid en toen kon het speel-leren beginnen.

De houten barak op de speelplaats werd in gebruik genomen als handenarbeidlokaal en bleef in trouwe dienst tot de zomer van 1980, toen hij na 25 jaren dienst definitief verwijderd werd.

deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl